Ecoloog Howard T. Odum schreef in 1971 dat de moderne mens "aardappels gedeeltelijk gemaakt van olie" eet. Het klinkt provocerend, maar het is letterlijk wat er gebeurt. Tel de fossiele energie op die nodig is om voedsel op je bord te krijgen: diesel voor tractoren, aardgas voor kunstmest, petrochemie voor bestrijdingsmiddelen, koeling, transport, verpakking. Je komt op zeven tot tien calorieën fossiele input voor elke calorie die je daadwerkelijk eet.
De zon staat niet meer in het centrum van wat ons voedt. Olie is dat geworden.
Een handvol mensen voedt miljarden, en miljarden weten niet meer hoe
Een eeuw geleden was bijna iedereen direct of indirect met voedselproductie verbonden. Vandaag voedt minder dan twee procent van de Nederlanders de overige achtennegentig procent. Dat is een ongekende efficiëntie. Het is ook een ongekende afstand.
De meesten van ons weten niet hoe een walnotenboom eruit ziet, hoe je tomatenzaad wint, of hoe je een wond verzorgt met smeerwortel. Veel mensen zijn bang geworden voor paddenstoelen, niet omdat paddenstoelen gevaarlijker zijn geworden, maar omdat de kennis verdween waarmee onze grootouders nog moeiteloos onderscheidden wat eetbaar was. Een paar generaties geleden was dat soort kennis vanzelfsprekend. Vandaag is ze grotendeels verdampt.
We hebben de productie geautomatiseerd, en de wijsheid laten gaan. We hebben de afstand tot ons voedsel vergroot, en daarmee ook de afstand tot elkaar. Wie groeit jouw voedsel? Iemand anders. Wie kent jouw boer? Niemand. Wie deelt jouw oogst? Niet de mensen om je heen.
Wat overblijft is afhankelijkheid van een systeem waar we geen invloed op hebben, waarvan we niet weten hoe het werkt, en dat wankelt zodra één schakel in de keten breekt.
Meer kilo's, minder voedingsstoffen
Tegelijk gebeurde er iets stillers met wat dat systeem aflevert. Moderne gewasrassen zijn decennialang geselecteerd op opbrengst, uniformiteit en houdbaarheid, niet op voedingsdichtheid. Davis en collega's lieten in 2004 zien dat supermarktgroenten tussen 1950 en 1999 gemiddeld tot 38% riboflavine, 16% calcium en 15% ijzer kwijtraakten. Wilde of oude rassen blijken vaak meervoudig rijker aan polyfenolen, antioxidanten en aroma-componenten: precies de stoffen waar de gezondheidseffecten van fruit en groente op berusten.
En er kwam iets bij wat er niet hoort. In modern voedsel vinden onderzoekers structureel sporen van bestrijdingsmiddelen, microplastics uit verpakking en bewerking, olie-derivaten en additieven. Steeds meer van wat we niet willen, steeds minder van wat we wel willen.
De keten loopt verbluffend rond. Stikstofkunstmest wordt op industriële schaal gemaakt uit aardgas, en een groeiend deel zit in plastic-gecoate korrels die na afgifte microplastics in de bodem achterlaten. Die microplastics komen in onze gewassen. Die gewassen worden in plastic verpakt en met dieseltrucks naar supermarkten gereden, waar ze in plastic tasjes met ons mee gaan. Aan de hoeveelheden plastic te zien, en aan onze gezondheid, lijkt het soms alsof we het scenario van Disneyfilm WALL-E op klein formaat aan het naspelen zijn.
De plant is gedwongen tot productiviteit, niet tot kwaliteit. Hier word je niet blij van, en dat herkent waarschijnlijk iedereen. Maar het kan anders, en dat laten we hier zien. Verandering komt pas echt op gang zodra mensen zich een alternatief kunnen voorstellen waar ze wél blij van worden.
Niet alle techniek is hetzelfde
Wij houden van techniek. Een goede schaar, een handpomp die we zelf kunnen herstellen, een open-source weerstation, een sensor die we zelf programmeren. Dat soort techniek werkt met ons mee. Het wordt beter omdat we het begrijpen.
Iets anders gebeurt als techniek alleen overeind blijft zolang olie betaalbaar is, kapitaal blijft instromen en feedbackloops winstgevend blijven. Dan zijn we geen gebruiker meer, dan zijn we afhankelijk geworden.
In 1969 zette Neil Armstrong voet op de maan. Vandaag, ruim een halve eeuw later, kan de mensheid dat niet meer. De Saturn V-blauwdrukken zijn deels verloren, de productiekennis is uitgestorven met de ingenieurs die ermee werkten. Concorde vloog supersonisch en vliegt niet meer. Wat ons hoog in de lucht houdt, kan ook weer naar beneden komen. Vooruitgang is geen rechte lijn.
Wat houdt complexe technologie in stand? Niet onze keuze om haar belangrijk te vinden. Het is geld. Howard Odum noemde dat het pathway selection mechanism van een samenleving: wat geld oplevert blijft bestaan, wat geen geld oplevert verdwijnt, ongeacht hoe waardevol het was. Capaciteiten die niet renderen, atrofiëren. Talloze ambachten zijn al verloren omdat er geen markt meer voor was.
Onze huidige voedselzekerheid hangt aan datzelfde draadje. Onderbreek één van de voorwaarden waaronder de keten loopt, en de hele constructie wankelt, terwijl de kennis om zonder die constructie te leven bij steeds minder mensen aanwezig is.
Wij hebben dus weinig bezwaar tegen techniek. Wel tegen techniek die alleen door schaalvergroting en kapitaalstromen in stand blijft, en zichzelf voortzet zonder feedback uit de natuur of de gemeenschap.
Veerkracht is geen solo-prestatie
Wat in de plaats kan komen is geen bunker en geen zelfredzaamheid. Het is samenredzaamheid, het woord dat we elders op deze site ook al gebruiken, omdat we het belangrijk vinden. Niet alleen ecologisch, ook sociaal.
Een voedselbos kun je in beginsel alleen aanleggen, maar levend houden zonder anderen is bijna onmogelijk. Kennis hoort overgedragen te worden. Oogsten vragen om handen. Een ziektejaar in onze appels wordt opgevangen door de peren in de tuin van de buren. Zaden gedijen pas echt als ze gedeeld worden tussen mensen die ermee experimenteren op verschillende stukken grond.
Vitaliteit ontstaat in relaties: tussen plant en bodem, tussen boom en bestuiver, en tussen mens en mens. Neem één van die drie weg en het hele systeem raakt uit balans. De moderne voedselketen heeft de eerste twee verzwakt en de derde grotendeels overbodig gemaakt. Wij denken dat juist die derde laag, mensen die elkaar weer kennen via wat ze eten, bepaalt of kennis levend blijft of opnieuw verloren gaat.
Wat we hier doen
LekkerLevenLand is geen tuin. Het is een poging om een ander pad aan te leggen voor wat we eten en hoe we dat samen voortbrengen.
Syntropisch, fossielvrij, gifvrij: drie woorden waar we bewust voor kozen. Geen jaarlijkse grondbewerking, geen kunstmest, geen pesticide. In plaats daarvan een meerlagig systeem dat zichzelf voedt: via bladafval, schimmelnetwerken, stikstofbinders. De energie komt van de zon, direct, zonder fossiele tussenstap.
Onze soortenkeuze richt zich op functionele en genetische diversiteit. Naast geënte cultivars staan zaailingen die zich over de jaren aanpassen aan deze grond, dit klimaat, deze ziektedruk. Een appel uit dit bos kan kleiner zijn dan een supermarktexemplaar, maar bevat in de regel meer waar het om draait.
Een voedselbos heeft geen kapitaalinjectie nodig om te blijven bestaan. Het wordt elk jaar veerkrachtiger, niet kwetsbaarder. De kennis die nodig is om ermee om te gaan groeit terwijl je het ervaart, en wordt niet weggeoptimaliseerd door schaalvergroting. De handen die het verzorgen blijven mensen, geen machines. De kring van mensen die meedoen wordt elk jaar groter.
Ook deze website en de plantendatabase erachter draaien op apparatuur die we zelf kunnen aanraken, niet bij cloudbedrijven op een ander continent. Weer een laagje minder afstand.
En dan is er van land naar mand: zelf plukken wat je eet, zonder tussenpartij, zonder verpakking, zonder lange weg. We dromen van een eenvoudige pluk-en-pay-flow waarbij je via een app meeneemt wat je oogst en zichtbaar maakt aan de mensen die ervoor zorgden dat het er stond. Geen labels die je vertellen waarom dit eten goed voor je is. Je proeft het.
Minder input, meer leven. Dat is wat we proberen.
We zijn er niet uit, en dat is precies de bedoeling. Experimenteren is geen tussenstap naar een einddoel, het is het werk zelf. De evolutie heeft niet voor niets ingebouwd dat leren leuk is, en we maken graag gebruik van die nieuwsgierigheid, samen met iedereen die meedoet. We weten waar we vandaan willen wegbewegen, en welke vragen we onderweg willen stellen.
Voedsel is hier niet enkel een product. Het is wat overblijft als een gezond systeem, ecologisch en sociaal, zichzelf draaiend houdt. Het is een verbinding tussen de zon, de bodem en jouw bord die je zelf kunt zien werken. En het is een herinnering, aan iets dat we als soort nog niet zo lang geleden allemaal wisten, en samen wisten.
Bronnen:
Odum, H.T. (1971). Environment, Power, and Society. Wiley.
Davis, D.R., Epp, M.D., Riordan, H.D. (2004). Changes in USDA Food Composition Data for 43 Garden Crops, 1950 to 1999. Journal of the American College of Nutrition, 23(6).