Het is een zonnige zaterdag begin mei en het gras komt al tot je dijen. We staan met een groepje aan de rand van een veld waar zeven jaar geleden alleen kuilmaïs groeide. Nu kraakt onder onze schoenen jong groen, fluiten er drie merels tegelijk, en steken hier en daar de witte trossen meidoornbloesem boven het wuivende gras uit. Aan de Martemanshurk, even buiten Schijndel, ligt zestien hectare voedselbos. Bij aanleg in 2019 het grootste productievoedselbos van Nederland.
Onze gids is Mac van Dinther, oud-Volkskrant-journalist, sinds zijn pensioen vorig jaar coördinator hier. Hij schreef in 2020 het boek Het voedselbos, na een jaar lang Voedselbos Ketelbroek (van Wouter van Eck) te volgen voor een vierdelige Volkskrant-serie. Bij Ketelbroek komt hij nog steeds elke week. Mac heeft veel zien gebeuren, en deelt zijn fouten gul. Want die wil hij ons besparen.
"We hebben de schop in de grond gezet en daar een plant in gestoken. Dat is het."
Het is wat hij vorige week tegen een groep studenten uit Wales zei. Die wilden weten wat de mulchstrategie was, het maaiprotocol, het bodemonderzoek. Mac vertelt het lachend. Ze waren totaal flabbergasted. Maar het is geen anekdote. Het is hier het hele principe.
Wat ze hier niet doen
Geen kunstmest, geen pesticide, geen ploeg, geen mest. Geen mulch, geen gewassenrotatie, geen bodembewerking. Niet maaien, behalve voorzichtig op de paden. Niet snoeien, behalve waar pioniers productiebomen verdrukken. Op zestien hectare dragen die afwezigheden een systeem dat zichzelf draagt.
Aan de andere kant van het hek ligt rijgras. Daar zie je het verschil. "Bij Ketelbroek hebben we de afgelopen droge zomers gezien dat het op de graslanden ernaast bij regen er gewoon vanaf liep, alsof het asfalt was. De bodem keihard ingedroogd. In het bos merkte je er bijna niets van." Het werk gebeurt onder de grond, in het schimmelnetwerk dat planten en wortels aan elkaar knoopt, het zogeheten wood wide web. Dat netwerk wisselt voedingsstoffen uit en houdt water vast als een spons. Wij doen er het slimst aan ons er niet mee te bemoeien.
Een student van de HAS vraagt of bodemonderzoek vooraf niet zinvol is. Ja, beaamt Mac, dat is slim. Anders kies je planten die het hier niet redden. Maar uiteindelijk regenereert het voedselbos zijn eigen bodem. De aanplant en het laten staan brengen de cyclus op gang.
Daarbij hoort een regel voor bezoekers: blijf op de paden. Niet uit etiquette. Onze voeten verdichten de bodem en verstoren de schimmelnetwerken. Een paar weken met groepjes op hetzelfde lijntje en je hebt een pad waar je niets meer wil hebben. Wij zien wat hij bedoelt zodra we per ongeluk een keer doorsteken; jong groen kraakt onder onze zolen.
Beschutting is het allerbelangrijkste
Wat dan wel? Beschutting, zegt Mac. Twee keer. Voordat je ook maar één dure vruchtboom plant, leg je hagen aan en zet je pioniers neer. Meidoorn voor de zuidkant, els als stikstofbinder, populieren als lollies gesnoeid zodat de wind eronder doorgaat in plaats van eroverheen. Wilgen, olijfwilg. "Een populier kost geen drol, negentig cent voor een tak die je in de grond duwt en hij doet het altijd. Een fruitboom is gewoon kostbaar."
De grootste beginnersfout hier, vertelt Mac, was te vroeg willen oogsten. Op een paar plekken werden fruitbomen geplant terwijl er nog onvoldoende beschutting stond. Een dure les. Een tweede: in een natte periode toch doorplanten, omdat dertig vrijwilligers staan te popelen. Eigenlijk had je dan koffie moeten zetten. Een derde: kies plantgoed van schouder- of heuphoogte. Te klein redt het niet. Te groot is de overgang naar de nieuwe grond te abrupt.
Esther en ik kijken elkaar aan. Wij hebben dit najaar veel jong fruit de grond in geduwd, en pas vrij laat aan de pionierslagen gedacht. Niet onherstelbaar. Wel iets om in te halen.
Onkruid bestaat niet, behalve bramen
Misschien wel het bevrijdendste van vandaag: pitriet, distels en brandnetels zijn geen onkruid. Het zijn boodschappers. Pioniers die opkomen waar de bodem verstoord of stikstofrijk is, en die hun werk doen door simpelweg aanwezig te zijn. Mac wijst naar een stuk pitriet. "Weghalen is symptoombestrijding. We kunnen er met een maaier overheen, dan staat er volgend jaar weer pitriet. De plant zegt iets over deze grond. Laat het, en zorg dat andere planten het overnemen."
In Ketelbroek heeft daslook (beerlauw) op grote stukken de brandnetel verdrongen. Niet door menselijk ingrijpen, maar omdat het systeem zich verzet. Het duurt jaren. Het duurt langer dan we gewend zijn iets te laten duren. Maar het werkt.
Eén plant trekken ze hier wél actief uit: bramen. Bramen wortelen waar ze de grond raken, koloniseren binnen één seizoen hele plekken, en maaien helpt half. Wij hebben er veel. Dat is de eerste klus voor de komende weken.
De motor moet eerst starten
Het mooiste beeld van vanmiddag ging over tijd. Een voedselbos groeit niet lineair maar exponentieel. In de eerste jaren gebeurt er bijna niks zichtbaars. Je staat naar je veld te kijken en denkt: kom op. En dan, op een gegeven moment, "start de motor". In Ketelbroek heeft Mac het zelf zien gebeuren. "Op een gegeven moment kijk je over het veld en denk je: hé, appels en bessen, en dan gaat het steeds harder. Dan neemt het systeem zichzelf in de hand."
Aan de Martemanshurk zitten ze in 2026, zeven jaar na de eerste aanplant, vlak voor die motorstart. Mac verwacht dat ze hier over een jaar of tien echt gaan oogsten. Wij zelf zitten nog veel vroeger. Eerlijk gezegd lucht dat op. Het haalt de druk eraf om in jaar twee al productie te willen zien. Het kalibreert de juiste vraag: niet "wat brengt het al op", maar "staan de pioniers, is de bodem aan het werk, weten we waar we zijn".
Mac merkt aan zichzelf hoe ongeduldig hij is. "Maar dan kijk ik naar het veld ernaast wat al jaren een kale grasvlakte is, en dan denk ik: ook al levert dit niks op, het is nog fantastisch."
Een ander gesprek met Inge
Na anderhalf uur moet Mac weg. We lopen door naar het Vitamine-bos, een kleiner, romantischer deel aangeplant met steun van bedrijfscateraar Vitam, opgedeeld per werelddeel. Daar lopen we verder met Inge van der Heijden, die zelf sinds een paar jaar een voedselbos runt in Haghorst en de jaarcursus bij Wouter van Eck heeft gevolgd. Inge zit in dezelfde ontdekkingsfase als wij; het gesprek wordt onmiddellijk een uitwisseling in plaats van een rondleiding.
Eén concrete tip namen we direct mee. Inge heeft via de STILA-subsidie van de provincie een poel laten graven, kostprijs 2500 euro, en hield geld over door de graafmachine zelf te huren. Wij denken al langer aan een waterelement. Dit zet ons op scherp. Verderop praten we door over een grasveld als open verzamelplek, een eenvoudige overdekte ruimte voor workshops en schoolbezoeken, en het idee om de grond onder een eventuele kas te gebruiken als warmtebuffer met buizen en ventilatoren. Gasloos het hele jaar door telen, ook citrus.
Wat het met ons deed
Het sterkste wat dit bezoek bij ons achterliet, is geen lijstje met lessen. Het is een ander tempo. We rijden in stilte de auto in. Wat we ons hadden voorgenomen voor de zomer, zou eigenlijk nu al opgeschoven moeten worden. Niet omdat we vertraging oplopen, maar omdat we de verkeerde maat hadden aangelegd. Een voedselbos beweegt niet op de tijdschaal van een moestuin, en het is zinloos om er moestuintempo van te eisen. Eerst beschutting, dan productie. Eerst bodem, dan oogst. Eerst zeven jaar wachten, dan in jaar acht ineens versnellen.
En een laatste, die we bijna vergaten. Een voedselbos kun je in beginsel alleen aanleggen, maar levend houden zonder anderen is bijna onmogelijk. Dat schreven we al op onze visiepagina. Vandaag bleek het in de praktijk weer te kloppen. We kwamen binnen voor een rondleiding en gaan naar huis met een collega-voedselbos in Haghorst om bij langs te gaan, een naam om op te zoeken, en het beeld van Ketelbroek dat we eerdaags moeten gaan zien.
Er staat thuis een schop. Hij gaat morgenochtend de grond weer in.
Verder lezen:
Mac van Dinther (2020). Het voedselbos. Uitgeverij Podium.
Voedselbos Schijndel — netwerkvoedselbosbouw.nl/koplopers/schijndel.
Voedselbos Ketelbroek (Wouter van Eck), het oudste productievoedselbos van Nederland.